Skip to main content
Agriculture and rural development

Producenten- en brancheorganisaties

De Europese Commissie steunt de deelname van landbouwers aan producentenorganisaties en brancheorganisaties.

Een betere onderhandelingspositie voor de boeren

Er zijn in de EU 11 miljoen landbouwers, van wie er veel in relatief kleine onafhankelijke familiebedrijven werken. Maar bij verwerkende bedrijven en in de detailhandel is er een veel hogere concentratiegraad. Deze asymmetrie maakt het voor boeren moeilijk om hun belangen te verdedigen bij onderhandelingen met andere partijen in de toeleveringsketen.

Om hun collectieve onderhandelingspositie te versterken, helpt de EU boeren die willen samenwerken in producentenorganisaties. Ook steunt zij boeren die samenwerken met producenten en handelaars in de voedselvoorzieningsketen in het kader van zogenaamde brancheorganisaties.

Producentenorganisaties

Producentenorganisaties (PO’s) of unies van producentenorganisaties (UPO’s) helpen landbouwers de transactiekosten te verlagen en werken samen bij de verwerking en de afzet van hun producten. Producentenorganisaties versterken de collectieve onderhandelingspositie van boeren door:

  • concentratie van het aanbod
  • betere marketing
  • technische en logistieke bijstand aan hun leden
  • hulp bij kwaliteitsbeheer
  • kennisoverdracht

Omdat de EU vindt dat producentenorganisaties een belangrijke rol spelen, kunnen zij erkenning aanvragen in het EU-land waar zij gevestigd zijn. Dat kan in diverse rechtsvormen, bijvoorbeeld als landbouwcoöperatie. Erkende producentenorganisaties komen in aanmerking voor:

  • uitzonderingen op de EU-mededingingsregels voor bepaalde activiteiten, zoals collectieve onderhandelingen namens hun leden, productieplanning of bepaalde maatregelen voor aanbodbeheer;
  • toegang tot EU-financiering in de sector groenten en fruit in het kader van “operationele programma’s”, bijvoorbeeld ter ondersteuning van collectieve investeringen in logistiek ten behoeve van hun leden.

In cijfers

Er zijn ongeveer 3400 erkende PO’s in de EU (stand 2017). Zij zijn voornamelijk actief in drie sectoren:

    Slechts drie EU-landen hebben geen enkele erkende producentenorganisatie: Estland, Litouwen en Luxemburg.

    Sinds 2017 hebben acht EU-landen 80 unies van producentenorganisaties erkend: Frankrijk (30), Italië (19), Duitsland (9), Spanje (7), Hongarije (7), Griekenland (4), België (3) en Polen (1).

    Erkenningscriteria

    Om te kunnen worden erkend, moet een PO (ongeacht welke landbouwsector):

    • op initiatief van de producenten zijn opgericht;
    • bestaan uit en gecontroleerd worden door producenten binnen een specifieke landbouwsector;
    • een verzoek indienen bij het EU-land waar de organisatie gevestigd is;
    • ten minste een van de activiteiten uitvoeren die in de EU-wetgeving zijn opgenomen (bv. gezamenlijke verwerking, distributie, vervoer of verpakking);
    • ten minste één van de doelstellingen uit de landbouwwetgeving beogen (bv. optimaliseren van de productiekosten of opzetten van initiatieven op het gebied van afzetbevordering en marketing).

    Daarnaast moeten producentenorganisaties voldoen aan een aantal aanvullende criteria, zoals een minimumaantal leden en/of een minimale hoeveelheid of waarde van de producten. Er gelden ook eisen voor hun statuten, met name democratisch toezicht door de leden.

    EU-landen kunnen op verzoek PO’s erkennen. Maar in de sectoren groenten en fruit, olijfolie en tafelolijven, zijderupsen, hop en melk en zuivelproducten is die erkenning verplicht.

    EU-landen kunnen ook unies van PO’s erkennen, overeenkomstig de criteria voor PO’s.

    Multinationale producentenorganisaties

    Landbouwers en PO’s uit verschillende EU-landen kunnen zich verenigen in transnationale PO’s. In dat geval wordt de erkenning verleend door het EU-land waar het hoofdkantoor van de organisatie gevestigd is. Het hoofdkantoor moet gevestigd zijn in een EU-land waar de organisatie een aanzienlijk aantal leden telt, of waar een aanzienlijke hoeveelheid afzetbare producten worden voortgebracht.

    Brancheorganisaties

    Boeren en verwerkers of handelaren in de toeleveringsketen kunnen zich ook verenigen in brancheorganisaties (BO’s). Deze organisaties sturen de toeleveringsketen aan, zonder zelf betrokken te zijn bij de productie, de verwerking of de handel. BO’s dienen als platform voor dialoog, bevordering van beste praktijken en markttransparantie.

    De EU-landen mogen ook brancheorganisaties erkennen als die bestaan uit:

    • vertegenwoordigers van de productiesector (d.w.z. boeren);
    • vertegenwoordigers van ten minste één ander deel van de voedseltoeleveringsketen (bv. verwerking of distributie van levensmiddelen).

    De erkenning van brancheorganisaties is in de meeste sectoren facultatief, maar verplicht in de sector olijfolie en tafelolijven, en de sector tabak. BO’s met leden in meerdere landen worden erkend in het land waar hun hoofdkantoor gevestigd is.

    List of recognised IBOs
    English
    (76.14 KB - PDF)
    Downloaden

    Uitzonderingen op de mededingingsregels

    De EU verbiedt overeenkomsten tussen twee of meer onafhankelijke marktdeelnemers die de mededinging beperken. Het gaat dan bijvoorbeeld om overeenkomsten om de productie, de marktwerking, de technische ontwikkeling, investeringen of leveringsbronnen te beperken of controleren. In het mededingingsrecht bestaan slechts enkele uitzonderingen op dit algemene verbod van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    Vanwege de relatief zwakke positie van de boeren in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen, staat de landbouwwetgeving van de EU echter bepaalde uitzonderingen op de mededingingsregels toe voor verenigingen van landbouwers, producentenorganisaties en brancheorganisaties.

    De voorwaarden voor die uitzonderingen staan in een aantal artikelen van EU-verordening nr. 1308/2013 over de gemeenschappelijke ordening van de markten.

    Uitzonderingen voor producentenorganisaties en (verenigingen van) landbouwers

    Artikel 152 van die verordening voorziet in een afwijking van de mededingingsregels voor erkende PO’s en unies van PO’s indien zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. Afwijkingen gelden bijvoorbeeld voor productieplanning en onderhandelingen over contracten voor de levering van landbouwproducten.

    Artikel 222 geeft erkende PO’s de mogelijkheid af te wijken van bepaalde mededingingsregels tijdens periodes van ernstige marktverstoring.

    Artikel 209 is niet beperkt tot erkende PO’s, maar biedt ook boeren en landbouwverenigingen de mogelijkheid samen te werken, bijvoorbeeld voor de productie of de verkoop van landbouwproducten. Wie zich op deze bepaling wil beroepen, kan de Europese Commissie advies vragen over de verenigbaarheid van een overeenkomst met de doelstellingen van artikel 39 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Heeft u belangstelling, neem dan contact op met AGRI-NOTIFICATION-209-CMO@ec.europa.eu.

    Alles adviezen uit hoofde van artikel 209 over de verenigbaarheid van overeenkomsten met de GLB-doelstellingen worden door de Commissie gepubliceerd.

    Adviezen van de Commissie

    Uitzonderingen voor brancheorganisaties

    Artikel 210 van de verordening over de gemeenschappelijke ordening van de markten bevat de voorwaarden waaronder een vrijstelling van de EU-mededingingsregels kan worden verleend voor de overeenkomsten, besluiten en praktijken van brancheorganisaties.

    Om een vrijstelling te verkrijgen, moeten brancheorganisaties de Commissie in kennis stellen van hun maatregelen en om toestemming verzoeken op grond van artikel 210.

    Kennisgevingen kunnen worden verstuurd aan AGRI-NOTIFICATION-210-CMO@ec.europa.eu.

    Alle besluiten op grond van artikel 210 worden door de Commissie gepubliceerd.

    Besluiten van de Commissie

    Conditions and procedure for exemption
    English
    (140.04 KB - PDF)
    Downloaden

    Sectorspecifieke uitzonderingen

    Artikel 149 bevat specifieke regels voor contractuele onderhandelingen door erkende PO’s in de melksector.

    Artikel 150 omschrijft de voorwaarden waaronder PO’s of BO’s het aanbod van kaas met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding mogen beheren.

    Artikel 167 bevat afzetvoorschriften ter verbetering en stabilisering van de werking van de gemeenschappelijke markt voor wijn.

    Artikel 172 omschrijft de voorwaarden waaronder PO’s of BO’s het aanbod van ham met een beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding mogen beheren.

    Meer informatie

    Antitrustwetgeving

    Mededingingsregels in de agrovoedingssector

    Rechtsgrondslagen

    De rechtsgrondslagen voor producentenorganisaties en brancheorganisaties en de gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten zijn opgenomen in EU-verordening 1308/2013 en gedelegeerde EU-verordening 2016/232 van de Commissie.

    De EU heeft ook specifieke regels vastgesteld voor een aantal sectoren:

    Documents

    Report on EU competition rules to the agricultural sector
    English
    (HTML)
    Downloaden

    Commission staff working document accompanying the report on EU competition rules to the agricultural
    English
    (HTML)
    Downloaden

    Producer organisations – key facts and findings
    English
    (1.9 MB - PPTX)
    Downloaden

    Brochure: producer organisations
    English
    (697.16 KB - PDF)
    Downloaden