Direct naar de inhoud
Agriculture and rural development

Natuurlijke of andere gebiedsspecifieke beperkingen

Natuurlijke of andere gebiedsspecifieke beperkingen: waarover gaat het?

In sommige regio’s is efficiënte landbouw moeilijk wegens de natuurlijke of andere specifieke beperkingen van die gebieden. 

De betaling voor natuurlijke of andere gebiedsspecifieke beperkingen:

  • is een vrijwillig interventietype voor plattelandsontwikkeling;
  • wordt jaarlijks betaald per hectare landbouwareaal;
  • is gebaseerd op de berekening van de verschillen in inkomsten en kosten tussen gebieden met beperkingen en gebieden zonder beperkingen.

Voor het GLB 2023-2027 zullen de betalingen voor natuurlijke of andere gebiedsspecifieke beperkingen gedeeltelijk bijdragen (wegingsfactor van 50%) aan de voor milieu en klimaat geoormerkte interventies die worden gefinancierd uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo).

Doelstellingen van de betalingen voor natuurlijke of andere gebiedsspecifieke beperkingen

Met deze betalingen worden landbouwers geheel of gedeeltelijk vergoed voor de nadelen waaraan hun landbouwproductie is blootgesteld als gevolg van natuurlijke of andere specifieke beperkingen in het gebied waar zij actief zijn.

Een dergelijke compensatie helpt er in de eerste plaats voor zorgen dat de landbouwers een billijk inkomen krijgen en stelt hen in staat de landbouwgrond verder te beheren, zodat landverlating wordt voorkomen.

Criteria

Om voor zo’n betaling in aanmerking te komen moet de betrokken grond vallen in een van de drie categorieën van artikel 32 van Verordening (EU) 1305/2013:

  • berggebieden, d.w.z. hooggelegen gebieden of gebieden met steile hellingen;
  • gebieden met ernstige natuurlijke beperkingen, hetgeen wordt vastgesteld op basis van acht biofysische criteria en een proces dat bekendstaat als “finetuning”;
  • andere gebieden met specifieke beperkingen, aangewezen door de EU-landen zelf maar met een oppervlakte van maximaal 10% van hun totale grondgebied.

Berggebieden

Om in dit verband als berggebied te worden aangemerkt moet de landbouwgrond:

  • zo hoog liggen dat landbouw er moeilijk is, of
  • steile hellingen vertonen die het gebruik van gangbare landbouwwerktuigen onmogelijk maken, of
  • boven de 62e breedtegraad liggen.

Gebieden met ernstige natuurlijke beperkingen

Gebieden met ernstige natuurlijke beperkingen zijn gebieden waarin omstandigheden heersen die landbouw moeilijk maken. Die omstandigheden kunnen de volgende zijn:

  • lage temperatuur;
  • droogte;
  • extreme bodemvochtigheid;
  • beperkte bodemdrainage;
  • ongunstige textuur en steenachtigheid;
  • geringe worteldiepte;
  • ongunstige chemische eigenschappen;
  • steile hellingen.

Voor deze gebieden vindt ook een proces van finetuning plaats. Daarbij wordt nagegaan of het land er zo goed op vooruit is gegaan dat de landbouw inmiddels niet meer negatief beïnvloed wordt door de omstandigheden. Een voorbeeld hiervan is grond met een extreme bodemvochtigheid die inmiddels kunstmatig wordt gedraineerd.

Andere gebieden met specifieke beperkingen

Bij gebieden met specifieke beperkingen gaat het om gebieden waar de landbouw door andere factoren wordt belemmerd. In die gebieden dreigt de landbouw te verdwijnen en is het van belang om een actieve landbouwgemeenschap in stand te houden met het oog op:

  • instandhouding of verbetering van het milieu;
  • onderhoud van het platteland;
  • behoud van de mogelijkheden voor het toerisme;
  • bescherming van de kustlijn.

Deze gebieden worden door de EU-landen zelf aangewezen maar mogen niet meer dan 10% van de totale oppervlakte van hun grondgebied beslaan.

Documenten

21 DECEMBER 2023
Factsheet on ANCs: Natural or other area-specific constraints (ANCs)
English
(407.79 KB - PDF)
Downloaden

Evenementen